Vlooien en teken bij je hond
Bijgewerkt op
Vlooien en teken vragen elk een eigen aanpak. Bij vlooien zit het grootste deel van het probleem niet op je hond, maar in zijn omgeving. Bij teken telt vooral dat je ze snel vindt en goed verwijdert.
Vlooien
Van een vlooienpopulatie is maar 1 tot 10 procent een volwassen vlo. Meer dan 90 procent bestaat uit eitjes, larven en poppen. Die zitten niet alleen op je hond, maar ook in de omgeving waar hij loopt en slaapt. Een vrouwtjesvlo begint binnen een tot twee dagen na haar eerste bloedmaaltijd met eitjes leggen, tot wel vijftig per dag.
Zo zie je of je hond vlooien heeft
Kam je hond zorgvuldig uit met een vlooienkam, boven een lichte ondergrond. Vallen er zwarte of donkerrode korreltjes uit, leg ze dan op een nat papiertje. Laten ze een rode vlek achter, dan is het vlooienpoep.
Vlooienbeten geven rode bultjes, jeuk en een ontstoken huid. Sommige honden zijn overgevoelig voor het speeksel van de vlo. Die krabben veel, raken plekken haar kwijt en krijgen een rode huid met korstjes.
Vlooien en lintworm
In een vlo kan een voorstadium van een lintworm zitten. Slikt je hond bij het likken van zijn vacht een vlo in, dan kan hij zo een lintworm krijgen. Is vastgesteld dat je hond vlooien heeft, dan adviseert ESCCAP ook te behandelen tegen lintworm. Zie ook de pagina over ontwormen.
Bestrijden en voorkomen
- Behandel alle dieren in huis tegelijk. Honden, katten en ook konijnen kunnen dezelfde soort vlo hebben.
- Pak ook de omgeving aan. Volgens Licg is het voor een goede bestrijding nodig om zowel het dier als de omgeving te behandelen.
- Voor honden met een gemiddeld risico adviseert ESCCAP Benelux ze het hele jaar door tegen vlooien te beschermen. Licg zegt ook: houd het hele jaar vol. Hoe vaak je een behandeling herhaalt, lees je op de verpakking van het middel dat je gebruikt.
- Vlooienmiddelen zijn giftige stoffen. Overleg daarom met je dierenarts welk middel past. Bij rassen waarbij de MDR1-mutatie kan voorkomen, zijn sommige vlooienmiddelen ongeschikt.
ESCCAP Benelux adviseert honden tegen parasieten te behandelen als dat na een risicoanalyse door de dierenarts nodig is, en waarschuwt voor alternatieve middelen waarvan de werkzaamheid en veiligheid niet onderbouwd zijn.
Teken
ESCCAP Benelux noemt twee soorten teken die hier bij honden voorkomen. De schapenteek is actief van maart tot juni en van september tot november, en kan de ziekte van Lyme overdragen. De Dermacentor-teek is bij gunstig weer actief van februari tot december, en kan babesiose overdragen. Honden lopen teken op in gras en struikgewas, onder meer in landelijke en bosrijke gebieden.
Ziekten die teken kunnen overdragen
Teken kunnen onder meer de ziekte van Lyme, babesiose, anaplasmose en ehrlichiose overdragen. Na een besmetting met de bacterie achter de ziekte van Lyme worden honden volgens Licg meestal niet ziek; ze hebben geen of nauwelijks klachten. Bij babesiose zijn de eerste verschijnselen meestal sloomheid, minder eten en koorts, zo'n tien tot twintig dagen na de besmetting.
Merk je in de weken na een tekenbeet dat je hond sloom is, slecht eet of koorts heeft, neem dan contact op met je dierenarts.
Snel zijn helpt
Hoe korter een teek vastzit, hoe kleiner de kans dat hij een ziekte overdraagt. Haal je een teek binnen 24 uur weg, dan is die kans volgens Licg vrij klein, al zijn er gevallen bekend waarin dat binnen 18 uur al gebeurde. Zit een teek langer dan 24 uur vast, dan is overdracht volgens ESCCAP Benelux goed mogelijk.
Kijk je hond daarom elke dag na op teken, en kam zijn vacht door als hij door gras en struiken heeft gelopen. Let extra op de oren, de nek, huidplooien, de liezen en de oksels.
Een teek verwijderen
- Pak de teek zo dicht mogelijk bij de huid vast, met een instrument dat daarvoor geschikt is.
- Knijp niet in het lijf van de teek.
- Haal hem rustig weg, zodat hij in zijn geheel loskomt, met de monddelen.
- Verdoof de teek niet met alcohol of olie. Dat is volgens Licg niet nodig.
Teken voorkomen
Er zijn middelen die teken doden, als spray, druppels of tekenband. Welk middel bij jouw hond past, bespreek je met je dierenarts. Volgens een artikel van de Faculteit Diergeneeskunde in Utrecht verkleint zo'n middel de kans op besmetting aanzienlijk, en blijft het daarnaast verstandig om je hond regelmatig op teken te controleren en plekken met veel teken te mijden.
Tegen de ziekte van Lyme bestaan vaccins, maar WSAVA raadt die alleen aan voor honden met een bekend hoog risico. De basis blijft volgens WSAVA het zorgvuldig bestrijden van teken.
Lees ook
Zelf bijhouden met Honddossier
Honddossier onthoudt wanneer je hond voor het laatst tegen vlooien en teken behandeld is en waarschuwt je ruim van tevoren en nog eens op de dag zelf. Standaard rekent de app met een maand. Moet het middel dat je gebruikt vaker of minder vaak, dan pas je het interval aan bij het zorgmoment zelf.
Bronnen
- Licg, Vlooienbestrijding bij huisdieren
- Licg, Teken en door teken overgedragen ziekten
- Licg, Medische puppyzaken
- ESCCAP Benelux, Vlooien
- ESCCAP Benelux, Teken
- ESCCAP Benelux, Risico's gebruik vlooienmiddelen bij honden en katten (2021)
- ESCCAP Benelux, Richtlijn 1: Wormbestrijding bij hond en kat (zevende druk, juni 2025)
- Faculteit Diergeneeskunde Universiteit Utrecht (VMDC), Diagnostische aspecten van Borrelia-infecties bij de hond, Tijdschrift voor Diergeneeskunde (2007)
- WSAVA, Core and Non-Core Vaccines for Pet Dogs (vaccinatietabel bij de richtlijn van 2024)
Deze pagina geeft algemene informatie en vervangt niet het advies van je eigen dierenarts, die je hond kent.
