Vaccinatieschema voor je hond
Bijgewerkt op
Een pup krijgt in zijn eerste maanden een reeks vaccinaties, en een booster als hij tussen de zes en twaalf maanden oud is. Daarna krijgen veel honden elk jaar een prik, maar niet elk jaar dezelfde. Tegen de ziekte van Weil is dat elk jaar, tegen parvo, hondenziekte en besmettelijke leverziekte eens in de drie jaar.
Waartegen je hond gevaccineerd wordt
Volgens de KNMvD, de Nederlandse vereniging van dierenartsen, zijn dit de belangrijkste vaccinaties voor een hond:
- Parvo, ook wel parvovirose.
- Hondenziekte, ook wel de ziekte van Carré of distemper.
- Besmettelijke leverziekte, ook wel hepatitis of HCC.
- De ziekte van Weil, ook wel leptospirose. Deze ziekte kan ook op mensen overgaan.
WSAVA, de wereldvereniging van dierenartsen voor gezelschapsdieren, rekent leptospirose alleen tot de basisvaccinaties in gebieden waar de ziekte voorkomt. In Nederland hoort hij er volgens de consensus van de KNMvD wel bij.
Afhankelijk van hoe je hond leeft, komen er vaccinaties bij:
- Kennelhoest. Gaat je hond naar een pension of kennel, of mee met een uitlaatservice, dan is vaccinatie tegen kennelhoest meestal vereist.
- Hondsdolheid, ook wel rabiës. Die ziekte komt in Nederland niet voor. De vaccinatie is alleen nodig, en dan ook verplicht, als je met je hond naar het buitenland gaat.
Het schema voor een pup
Een pup krijgt de eerste weken afweerstoffen van zijn moeder mee. Die kunnen een vaccinatie ook tegenhouden, en wanneer ze verdwijnen verschilt per pup. Daarom krijgt een pup de vaccinaties een paar keer achter elkaar.
Volgens de richtlijnen krijgt een pup de eerste vaccinatie als hij zes tot acht weken oud is, en daarna elke twee tot vier weken een nieuwe, tot hij veertien tot zestien weken oud is. Tussen zes en twaalf maanden volgt een booster. Samen vormen die vaccinaties de volledige basisvaccinatie.
| Leeftijd | Vaccinatie tegen |
|---|---|
| 6 weken | Parvo en hondenziekte |
| 8 tot 9 weken | Parvo en de ziekte van Weil |
| 12 weken | Parvo, hondenziekte, besmettelijke leverziekte en de ziekte van Weil |
| 6 tot 12 maanden | Parvo, hondenziekte, besmettelijke leverziekte en de ziekte van Weil |
| 2 jaar | De ziekte van Weil |
| 3 jaar | De ziekte van Weil |
| 4 jaar | Parvo, hondenziekte, besmettelijke leverziekte en de ziekte van Weil |
Daarna herhaalt het ritme zich: de ziekte van Weil elk jaar, de andere drie eens in de drie jaar.
WSAVA gaat op een paar punten verder. Die richtlijn vaccineert al vanaf zes weken ook tegen besmettelijke leverziekte, zet de reeks tegen parvo, hondenziekte en leverziekte door tot de pup zestien weken oud is, en stelt voor de booster rond zes maanden te geven in plaats van te wachten tot de hond twaalf tot zestien maanden oud is. Zo is een pup die eerder niet goed op de vaccinatie reageerde korter onbeschermd. Volgens de consensus van de KNMvD is een vaccinatie op zestien weken in Nederland niet standaard, maar wel aan te raden als het risico groter is, bijvoorbeeld in een asiel, pension of kennel.
Voorzichtig socialiseren kan volgens WSAVA al beginnen voordat de reeks vaccinaties rond is. Welke vaccinaties je pup precies wanneer krijgt, bespreek je met je dierenarts.
Na de basisvaccinatie
Na de basisvaccinatie is een nieuwe vaccinatie tegen parvo, hondenziekte en besmettelijke leverziekte pas na drie jaar nodig. WSAVA adviseert deze vaccinaties daarna niet vaker dan eens in de drie jaar te geven.
De ziekte van Weil is een uitzondering. Die vaccinatie moet elk jaar opnieuw, omdat de bescherming korter duurt en het risico op besmetting in ons waterrijke land groter is. Ook de vaccinatie tegen kennelhoest wordt meestal elk jaar herhaald.
Zo krijgen veel honden elk jaar een prik, maar niet elk jaar dezelfde. Een vaccinatie gaat altijd samen met een consult, zodat de dierenarts je hond meteen nakijkt. Is je hond ziek of heeft hij koorts, dan kan de vaccinatie beter even wachten.
Bijwerkingen komen zelden voor. Als ze optreden, gaat het meestal om lusteloosheid, niet willen eten, of pijn, jeuk of een bult op de plek van de prik.
Eerst testen in plaats van vaccineren
Bij een volwassen hond kan de dierenarts ook in het bloed laten kijken of er nog genoeg afweerstoffen zijn tegen parvo, hondenziekte en besmettelijke leverziekte. Dat heet een titerbepaling. Zijn er genoeg, dan hoeft er op dat moment niet gevaccineerd te worden. Volgens de consensus van de KNMvD is zo'n test bij goed gebruik betrouwbaar, maar het blijft een momentopname: hij zegt niet hoe lang de bescherming nog duurt.
Voor de ziekte van Weil heeft een titerbepaling geen zin. Voor pups heeft een goede basisvaccinatie de voorkeur boven testen.
Op reis en in het pension
Voor een reis naar een ander EU-land heeft je hond een geldige vaccinatie tegen hondsdolheid nodig. Een bloedtest wordt daarvoor doorgaans niet geaccepteerd; dan geldt het vaccinatieschema van de fabrikant. Er zijn vaccins tegen hondsdolheid die een jaar beschermen en vaccins die drie jaar beschermen. Wanneer de volgende nodig is, hangt af van het vaccin en soms van de wet.
Honden in een pension, asiel of fokkerij moeten volgens de wet gevaccineerd zijn tegen parvo, hondenziekte en besmettelijke leverziekte. Een pension of asiel mag daarnaast eigen eisen stellen.
Je dierenarts noteert de vaccinaties in het paspoort van je hond. Neem dat paspoort mee als je voor een vaccinatie gaat.
Lees ook
Zelf bijhouden met Honddossier
Honddossier onthoudt wanneer je hond gevaccineerd is en waarschuwt je ruim van tevoren en nog eens op de dag zelf. Standaard rekent de app met een jaar. Past dat niet, zoals bij een pup die nog in zijn eerste reeks zit, dan pas je het interval aan bij het zorgmoment zelf.
Bronnen
- KNMvD, Groep Gezelschapsdieren: Hond en kat vaccineren of eerst serologisch testen? Consensus na een rondetafelgesprek
- KNMvD, De 12 meest gestelde vragen over vaccineren
- Licg, Vaccinatie van de hond
- WSAVA, 2024 Guidelines for the Vaccination of Dogs and Cats
- WSAVA, Core and Non-Core Vaccines for Pet Dogs (vaccinatietabel bij de richtlijn van 2024)
Deze pagina geeft algemene informatie en vervangt niet het advies van je eigen dierenarts, die je hond kent.
